Een grote tiedlien
Van de prehistorie van het carnaval in Wittevrouwenveld tot de groei van De Drommedarisse als vereniging.
Oprichting C.V. De Tempeleers
Na de oorlog ontstaan in Maastricht diverse buurtverenigingen. Sommige verenigingen ontwikkelen zich tot carnavalsverenigingen. Met een groep of met een wagen doen ze mee aan de carnavalsoptocht van Maastricht. De organisatie is in handen van carnavalsvereniging De Tempeleers, opgericht in 1945. Voorganger van De Tempeleers is de sociëteit Momus, de eerste carnavalsvereniging van Maastricht. Momus werd opgericht in 1839 en opgeheven in 1939.
Vastelaovendsleedsje: ‘Carnaval in Mestreech’
Het eerste carnavalsliedje van Maastricht (1946) onder het bewind van De Tempeleers is: ‘Carnaval in Mestreech’ (M. Niël). Eerste regel van het refrein: ‘Carnaval in Mestreech maak plezeer en doeg d’n hertsje leve.’
Oprichting C.V. De Keemeleers in Wittevrouwenveld
Winkeliers van Wittevrouwenveld nemen het initiatief om een soort winkelweek te organiseren met activiteiten in de buurt. Zo ontstaat ook het idee voor een carnavalsvereniging. De naam wordt Keemeleers. Wittevrouwenveld ligt ten oosten van Maastricht en volgens het kerstverhaal kwamen de wijzen op kamelen uit het oosten. De wijsheid uit Wittevrouwenveld kan nu per kameel naar Maastricht worden gebracht.
Vastelaovendsleedsje: ‘Laot mer goon’ (P. Lemaire)
Eerste regel van het refrein: ‘Laot mèr goon, laot mèr goon. Want te stèl is niks gedoon.’
Keemeleers verlaten Wittevrouwenveld en verhuizen naar Wijck
Al in 1957 beginnen de wijzen uit het oosten zich op hun kamelen terug te trekken uit Wittevrouwenveld. Ze verplaatsen hun tempel naar de Heerderweg. Twee jaar later steken ze voorgoed het spoor over naar Wijck. Achteraf gezien was dat een wijs besluit. De kamelen maakten de weg vrij voor dromedarissen. Waarschijnlijk was de luxe van twee bulten te groot voor Wittevrouwenveld.
Vastelaovendsleedsje: ‘Sjannèt’ (A. van Loo / M. Everaarts)
Eerste regel van het refrein: ‘Sjannèt Sjannèt kom dans nog ins ballet. Iech zal diech auch trakteere astrein aon ’t buffet.’
Wittevrouwenveld viert carnaval zonder kamelen
Vanaf 1960 trekt er rond carnaval een wisselend groepje carnavalsvierders uit Wittevrouwenveld door de buurt, uitgedost als een soort raad van elf. Een van die carnavalsvierders is Felix Meurders. Zonder kameel kun je het dus nog ver schoppen. Het is de tijd waarin de naam Drommedarisse ontstaat, maar het komt er niet van een officiële vereniging op te richten.
Vastelaovendsleedsje: ‘Dreij daog d’r op oet’ (M. Niël)
Eerste regel van het refrein: ‘Geer nump ’t later toch neet mèt, ’n eederein dee dat wel wèt.’
Vier carnavalsvierders uit Wittevrouwenveld proberen het opnieuw
Onder leiding van Bèr Linkens, beheerder van het toenmalige buurthuis, brengen drie jonge Wittevrouwenvelders opnieuw leven in de carnavalsbrouwerij: Peter Coenen, Hub Signet en Theo Post Uiterweer. Ze zijn afkomstig uit de verkennerij en weten dus de juiste weg te bewandelen. Het carnavalsclubje trekt door de buurt in creatieve kostuums en bezoekt ook al bejaarde buurtbewoners en niet te vergeten de vrouwenbond. Bij gebrek aan andere kandidaten wordt Bèr Linkens ieder jaar tot prins uitgeroepen.
Vastelaovendsleedsje: ‘Noonk Harie’ (L. Maas / D. de Pauw)
Eerste regel van het refrein: ‘Yeah, yeah, yeah Iech zèk mer mèh, mèh, mèh. Noonk Harie dee is knatsj en heer vertelt allein mer kwatsj.’
Wittevrouwenveld wordt Oostermaas
De Gemeente Maastricht maakt gebruik van het feit dat Wittevrouwenveld nog steeds niet geleid wordt door een echte carnavalsvereniging en probeert zelf een grapje te maken: de gemeente verandert de naam Wittevrouwenveld in Oostermaas. De hoogste tijd om de wijsheid uit het oosten per dromedaris naar Maastricht te brengen. Toch duurt nog tot 1995 voordat de naam Wittevrouwenveld terugkeert.
Vastelaovendsleedsje: ‘Lekker Joonk’ (A. Paulussen / M. Everaarts)
Eerste regel van het refrein: ‘Diech bis e lekker joonk, de höbs ‘ne leuke moond. Diech maags mich pune keend, iech bin zoe gaw verweend.’
Toekomstige Drommedarisse krijgen vaste grond onder de poten
Het clubje van Bèr Linkens wordt groter. De toekomstige Drommedarisse krijgen vaste grond onder de poten. Er is al sprake van contributie. En een van de eerste bedelbrieven voor steun gaat naar de Grand Bazar. Kastelein Cratsborn van café Gouden Ridder aan de Scharnerweg geeft de carnavalsheren onderdak. Dat café wordt hun tempel. Hun broeken zijn grijs en hun jasjes zwart. Anna Linkens, de vrouw van Bèr, maakt de mutsen. Een nieuwe carnavalsvereniging staat in de steigers. Het grote moment is bijna aangebroken. Anders gezegd: ‘’t benkelik momint is zoegood es gekoume’. Carnaval 1969 gaat in Maastricht de geschiedenis in als de sneeuwcarnaval. Op carnavalszondag, 16 februari, gaat de grote optocht niet door omdat de stad bedolven is onder de sneeuw.
Vastelaovendsleedsje: ‘De Boterblom’ (H. Loontjens / D. de Pauw)
Eerste regel van het refrein: ‘Merie, dat is e woonder, e woonder vaan e keend. Merie, vaan bei us oonder, is met alles good bedeend.’
Oprichting C.V. De Drommedarisse in Wittevrouwenveld
Tien jaar nadat C.V. De Keemeleers Wittevrouwenveld hebben verlaten richt een groep enthousiaste carnavallisten een officiële carnavalsvereniging op. Ze zien het carnavalsjaar 1970 naderen en denken: 11 jaar geen echte carnavalsvereniging in Wittevrouwenveld willen we niet vieren. Het is nu of nooit. Dus kiezen Peter Coenen, Albert Cratsborn, Alex Hamers, Bèr Linkens, Hub Signet en Theo Post Uiterweer een geschikte datum om een carnavalsvereniging op te richten. Het wordt de elfde van de elfde. Op die dag is C.V. De Drommedarisse een feit. Theo Post Uiterweer wordt de eerste voorzitter.
De naam Drommedarisse
De naam Drommedarisse voor een nieuwe carnavalsvereniging is al rond 1960 in Wittevrouwenveld te horen na het vertrek van De Keemeleers. De keuze voor die naam ligt dus voor de hand. Een dromedaris is bovendien met één bult sneller en lichter dan een kameel die altijd twee bulten moet meesjouwen.
De naam Markies
De heerser over het rijk der Drommedarisse krijgt de titel Markies. Er is een afspraak met samenwerkende carnavalsverenigingen van Maastricht dat alleen de stadsprins de titel prins mag voeren. Bij de keuze van de titel Markies hebben de oprichters zich waarschijnlijk laten inspireren door de straatnaam Markies van Ledestraat. Die Markies, Willem Bette van Lede (1600-1658), was veldheer in Spaanse dienst en tijdelijk gouverneur van Maastricht in 1632.
Het rijk van de Drommedarisse
Verder besluiten de oprichters dat het rijk van De Drommedarisse zich ook uitstrekt over Wyckerpoort. Deze buurt maakte tot 1949, onder de naam Wyckerveld, deel uit van de parochie OLV van Lourdes, Wittevrouwenveld.
‘Een bult minder maar, zo bleek al spoedig, eenzelfde elan en eenzelfde enthousiasme. Dat uitte zich weldra in tal van activiteiten die stilaan uitgroeiden tot een volwaardig programma met plaats voor zitting en optocht, de uitgave van “vastelaovendsbeukskes” en stille inzet op het terrein van de sjariteit.’
Uit: ‘Carnaval in Mestreech’, 1999. Een uitgave van de Samewèrrekende Mestreechter Vastelaovendsvereineginge.
Na elf jaar weer buurtcarnaval met een carnavalsvereniging
In 1970 kan Wittevrouwenveld weer carnaval vieren met een echte carnavalsvereniging. Na elf jaar zonder vereniging is dat een hele opluchting in de buurt. Maar het is improviseren. De voorbereiding is te kort geweest. De vereniging heeft geen geld, er is geen Markies en er zijn ook nog geen kostuums. Maar de verhalen van de oprichters, eerste leden en carnavalsvierders uit Wittevrouwenveld zijn zeer positief over carnaval 1970 in Wittevrouwenveld.
Op zoek naar de eerste Markies
In het ‘Vastelaovendsbeukske 2×11’ uit 1992 schrijft Hennie Coenen het volgende: ‘Het was november 1970, in café de Gouwe Ridder (bij Albert) op de Scharnerweg, toen men mij vroeg om Markies te worden van de opnieuw opgerichte carnavalsvereniging De Drommedarissen. Na wat heen en weer gepraat en met de conclusie dat we het goed moesten doen, stemde ik toe.’
Vastelaovendsleedsje: ‘’t Masjoretsje’ (J. Pletzers / D. de Pauw)
Eerste regel van het refrein: ‘Marjo, Marjo, diech brings Mestreech vaan d’n apropo, Marjo, Marjo, dat is a majoretsje a go-go.’
Eerste Markies van De Drommedarisse: Markies Henny 1e
In het ‘Vastelaovendsbeukske 2×11’ uit 1992 schrijft de Markies het volgende: ‘Eind januari was het zover dat ik als Markies Hennie I van Oostermaas werd uitgeroepen, in de parochiezaal aan de Edisonstraat. Die avond werd niet zo druk bezocht maar we lieten de moed niet zakken en maakten er een gezellig feest van. De Markiezenreceptie op 5 februari werd een succes. Tientallen verenigingen brachten ons een bezoek, maar vooral de verenigingen uit Oostermaas bezorgden mij en de Drommedarissen door hun aanwezigheid een onvergetelijke avond. Het plannen van tegenbezoeken aan verenigingen zorgde ervoor dat onze agenda overvol raakte. We bezochten soms 3 tot 4 carnavalsbals op een avond. En tussendoor werd er op andere avonden druk vergaderd hoe we dit verder gingen aanpakken. Een zaak was ons duidelijk: we doen het voor de gemeenschap van Oostermaas. Geen geld verkwisten aan praalwagens; neen gewoon op de fiets. De carnaval naderde en dat moest het hoogtepunt worden van het seizoen. Drie dagen lang hebben we door Oostermaas gezworven, bezochten alle cafés en zalen waar carnaval gevierd werd. We waren niet kapot te krijgen. Carnavalsdinsdag, de laatste dag, wisten we dat de carnaval in Oostermaas niet meer stuk kon, iedereen vierde met ons mee. De laatste uren van die carnavalsdinsdag kwamen er velen naar het café bij Albert om samen met ons afscheid te nemen van deze drie dolle dagen. Precies om 24.00 uur werd mij de markiezenmuts afgezet en er werd ook menig traantje gelaten. Ik bedankte iedereen voor het slagen van deze carnaval en de onvergetelijke tijd die ik als Markies mocht meemaken. Het succes dat we toen hadden is zich in de volgende jaren blijven herhalen, waaruit blijkt dat de Drommedarissen zijn uitgegroeid tot een geweldige vereniging.’
Actieve Drommedarisse
‘In 1971 begonnen ook activiteiten zoals: het bezoeken van zieken en bejaarden, het opluisteren van het kindercarnaval, het rondtrekken door Oostermaas en het bezoeken van andere carnavalsverenigingen.’ Jo Luyten in het ‘Vastelaovendsbeukske 2×11’ uit 1992.
Legendarische AAA-medailles
De eerste steunpilaren van de vereniging zijn Albert Cratsborn, Alex Hamers en André Signet. Ze starten met het uitreiken van een legendarische onderscheiding. Ze laten in eigen beheer een stuk of 4 medailles maken met op de achterkant de letters AAA (Albert, Alex, André). De eerste medaille is voor de Markies. Met de andere drie verrassen ze niets vermoedende carnavallisten.
Vastelaovendsleedsje: ‘’t Zwumbad’ (B. Erven / G. vd Lende)
Eerste regel van het refrein: ‘Trinet, zwum mèt miech met. Veer duuke vaan Sint Jaan.’
Naar de maan
‘Onder het motto ‘Oostermaas gaat naar de maan’ namen de Drommedarissen in 1972 met een zelfgemaakte carnavalswagen deel aan de stadsoptocht.’ Jo Luyten in het ‘Vastelaovendsbeukske 2×11’ uit 1992.
Vastelaovendsleedsje: ‘De Zaate Herremenie’ (J. Hoenen)
Eerste regel van het refrein: ‘De zaate hermenie, de zaate hermenie, die trek altied mer weier ouch al kinne ze neet mie.’
Carnavalsstoet door Oostermaas
‘Voor het eerst sinds lang trok in 1973 een carnavalsstoet met wagen door Oostermaas (Asterix en Obelix).’ Jo Luyten in het ‘Vastelaovendsbeukske 2×11’ uit 1992.
Vastelaovendsleedsje: ‘Boe Boe Boe’ (D. de Pauw)
Eerste regel van het refrein: ‘Boe kreig iech nog e pötsje beer? Boe höb iech nog ’n oor plezeer?’
Start carnavalszittingen en Vastelaovendsbeukskes
‘In 1976 werd voorzichtig gestart met het organiseren van carnavalszittingen en het maken van de inmiddels bekende Vastelaovendsbeukskes. Beide activiteiten slaagden steeds beter.’ Jo Luyten in het ‘Vastelaovendsbeukske 2×11’ uit 1992.
Vastelaovendsleedsje: ‘Hawwe zoe’ (J. Loontjens / D. de Pauw)
Eerste regel van het refrein: ‘Mestreech zoe moot ’t blieve Mestreech zoe moot ’t zien.’
Uitreiking eerste eremedaille
De Drommedarisse starten met het jaarlijks uitreiken van een eremedaille aan een bewoner die zich op een bijzondere manier verdienstelijk heeft gemaakt voor de buurt.
In 1979 wordt door Markies Willy 2e (Willy Gordijn) de eerste eremedaille uitgereikt aan de heer A. Hamers †. Vanaf 1979 ontstaat de traditie dat de uitreiking van de eremedaille de eerste officiële handeling is van de nieuwe Markies.
Vastelaovendsleedsje: ‘Straotkarneval’ (P. Leenders / H. Hetzels)
Eerste regel van het refrein: ‘Mestreech, Mestreech, stad zoe sjoen aon de Maos, es de boonte störrem raos.’
1×11 jubileum Drommedarisse
Het jubileum wordt gevierd met feestelijke activiteiten tijdens het carnavalsseizoen 1981.
Vastelaovendsleedsje: ‘Boe de Brouwer is’ (J. Kraft)
Eerste regel van het refrein: ‘Boe de brouwer is hoof de bekker neet te zien, dus sjöt nog mer ‘ns in.’
11e Markies van De Drommedarisse: Markies Theo 1e
Theo Jeurissen wordt uitgeroepen tot Markies Theo 1e. Zijn eerste officiële handeling is het uitreiken van de derde eremedaille van De Drommedarisse aan mevr. Leenders †.
Drommedarisse organiseren eerste wielervierdaagse
In 1981 organiseren De Drommedarisse voor de eerste keer een wielervierdaagse, een ludiek sportevenement in het buurtcentrum Oostermaas met veel deelnemers en een enthousiast publiek. Doel van het evenement is sport en amusement om een aantal sociale doelen te realiseren.
Vastelaovendsleedsje: ‘Mestreech is eine groete kaffee’ (M. Boelen / H. H.)
Eerste regel van het refrein: ‘Mestreech is eine groete kaffee, Mestreech dat sjöddelt op neer.’
Eerste Carnavalsmis
Start van een nieuwe traditie: stilte voor de storm in de parochiekerk.
Vastelaovendsleedsje: ‘Met de dikke zjiem veurop’ (Sj. Duchateau)
Eerste regel van het refrein: ‘Mèt de dikke zjiem veurop trèkke veer weer door de straote’.
2×11 jubileum Drommedarisse
Het jubileum wordt gevierd met feestelijke activiteiten tijdens het carnavalsseizoen 1992.
11 jaar wielervierdaagse
‘In 1991 organiseerde de C.V. Drommedarissen voor de elfde achtereenvolgende keer de wielervierdaagse in het Trefcentum Oostermaas. De mensen die een dergelijk festijn al een of meerdere keren hebben meegemaakt weten dat tijdens deze dagen altijd een geweldige sfeer te proeven is. Het doel van de wielervierdaagse is echter niet alleen het bieden van een sportevenement in Oostermaas. Van meet af aan is het steeds de bedoeling geweest om ook een aantal sociale doelen te realiseren. Zo is in de loop der jaren middels dit sportief gebeuren geld ingezameld voor: de sportvereniging voor lichamelijk gehandicapten, de Reumavereniging Maastricht, Buurtkrant Oostermaas, de renovatie van onze kerk Onze Lieve Vrouw van Lourdes en het jubileum van de school.’
‘Vastelaovendsbeukske 2×11’ uit 1992.
Vastelaovendsleedsje: ‘Iech höb de piep leeg’ (Ursula en Bert Garnier / R. Villevoye)
Eerste regel van het refrein: ‘Iech höb de piep leeg, vaan al dat vege door Mestreech. Iech höb de piep leeg, mer iech geef m ‘ne veeg.’
22e Markies van De Drommedarisse: Markies Jean 1e
Jean Thomissen wordt uitgeroepen tot Markies Jean 1e. Zijn eerste officiële handeling is het uitreiken van de veertiende eremedaille van De Drommedarisse aan de heer P. Martin.
Carnaval vieren doe je in principe samen
‘Het is een feest aan de vooravond van de Vasten, een periode van de overweging, van nadenken over het leven. De C.V. Drommedarissen kiest er bewust voor om het aangename met het nuttige te verenigen, om de leuke dingen in het leven samen te laten gaan met aandacht voor sociale aspecten om zodoende ook andere mensen in de vreugde te laten delen.
Dit komt ieder jaar ook tot uiting door het bezoek van de Markies en de Raad van Elf aan de zieken van Oostermaas en Wyckerveld die in het ziekenhuis en thuis verblijven. Rond carnaval worden deze mensen dan verrast met een leuke attentie. Op deze wijze proberen de Drommedarissen een link te leggen tussen carnaval vieren en het leven van alledag.’
‘Vastelaovendsbeukske 2×11’ uit 1992.
Haal de Markies op
‘Haal op dus de Markies, dan komt het zonlicht binnen.’ Burgemeester van Maastricht, mr. Ph. J.I.M. Houben, in het voorwoord van ‘Vastelaovendsbeukske 2×11’ uit 1992.
Vastelaovendsleedsje: ‘Iech huur `n herremenie’ (Sj. Duchateau)
Eerste regel van het refrein: ‘Iech huur ’n herremenie, kom keend iech haw ’t neet mie. Pak diene jas en veer vlege d’r achteraon.’
Oostermaas wordt weer Wittevrouwenveld
In 1995 besluit de Gemeente Maastricht dat Wittevrouwenveld weer gewoon Wittevrouwenveld heet en niet Oostermaaas. In 1966 wijzigde de gemeente Maastricht de naam Wittevrouwenveld in Oostermaas, maar dit werd door de buurtbewoners nooit geaccepteerd.
Vastelaovendsleedsje: ‘Diech bis `t zönneke’ (Ursula en Bert Garnier / J. Thoma)
Eerste regel van het refrein: ‘Diech bis ’t zönneke, jao diech allein, es iech diech zeen daan bubbele m’n bein.’
Markies doet aftrap bij MVV
Een nieuwe traditie: de Markies doet de aftrap van een thuiswedstrijd van MVV. Markies Harrie 1e doet de eerste aftrap.
Vastelaovendsleedsje: ‘Laot de boel mer goon’ (M. Quaaden / P. Ruijters)
Eerste regel van het refrein: ‘Laot de boel mer goon, al dreijt de wereld neet mie roond’.
Feest in de tent om jubileum te vieren
‘In ’t jaor 2002 bestoon de Drommedarisse 33 jaor. Dit welle veer neet zoemeh veurbeij laote goon en daorum hawwe veer in ’t wiekend vaan 2 t/m 4 november 2001 ’n feeswiekend in ’n groete tent beij ’t Sint Maartenscollege. Dit wiekend is geplend es volg: us zjubbeleijrecepsie, ’n groete mega act en oetverkiezing vaan ‘1’ Mestreechs vastelaovendsleedsje. De sjuste programmering weurt mettertied nog bekind gemaak, mér d’n datum kint geer uuch alvas in de agenda sjrieve. Veer hope tot dit wiekend ein groet succes weurt, zoetot veer en ’t Wittevrouweveld en Wiekerveld trots kínne zien op zoen groet festijn. En tot veer dat kínne herhole in de towkoms. Veer hope uuch allemaol trök te zien in us grandioos feeswiekend! Tot daan!’
‘Vastelaovendsbeukske’ uit 2001. Uiteindelijk vindt het feest plaats in een tent achter de Geusselt.
Drommedarisse vrijwilligers bij Manus van Alles festival
Een groep Drommedarisse helpt als vrijwilliger bij de eerste editie van Het Manus van Alles festival in Wittevrouwenveld. Helpen bij de opbouw en de afbouw van het festival is hun specialiteit.
Vastelaovendsleedsje: ‘Es iech dee samba huur’ (R. de Pauw)
Eerste regel van het refrein: ‘Leef keend … es iech de samba huur, jao daan … staon iech in vlam en vuur.’
3×11 jubileum Drommedarisse
Het jubileum wordt gevierd met feestelijke activiteiten tijdens het carnavalsseizoen 2003.
Benoit Wesly beschermheer Drommedarisse
Maastrichtse zakenman Benoit Wesly gaat Drommedarisse een steuntje in de rug geven.
Hub Signet erelid Drommedarisse
Hub wordt door de Drommedarisse benoemd tot erelid op grond van zijn bijzondere verdiensten.
Vastelaovendsleedsje: ‘Geef miech drei daog’ (P. Ruijters / M. Quaaden)
Eerste regel van het refrein: ‘Geef … miech … drei daog Vastelaovend, daan bin iech ‘ne ganse nuie mins.’
33e Markies van De Drommedarisse: Markies Noël 1e
Noël Habets wordt uitgeroepen tot Markies Noël 1e. Zijn eerste officiële handeling is het uitreiken van de vijfentwintigste eremedaille van De Drommedarisse aan de heer G. van Loo.
Drommedarisse op het web
De vereniging presenteert zich op het web met Frans van Doorn als webmaster.
Vastelaovendsleedsje: ‘Mestreech is te gek’ (Ursula en Bert Garnier)
Eerste regel van het refrein: ‘Is ’t mooswief neet te zwoer veur op ’t Vriethof?’
Assekruuske en hieringbiete
Start van een nieuwe traditie: Drommedarisse gaan op Aswoensdag-avond naar de kerkdienst met askruisje. Aansluitend is er hieringbiete in het Trefcentrum.
Vastelaovendsleedsje: ‘Verleef op `t Mooswief’ (P. vd. Weijer)
Eerste regel van het refrein: ‘Iech bin verleef… op `t Mooswief hiel de wereld maag `t wete.’
Met muziek van IN1GE3D
Zaate Hermenie IN1GE3D is zo vriendelijk om de carnavalsactiviteiten van De Drommedarisse met passende muziek te ondersteunen. De voorganger was Zaate Hermenie ’t Mooswief.
Vastelaovendsleedsje: ‘Laot de zon …’ (N. Heutz / R. Grootaars)
Eerste regel van het refrein: ‘Laot de zon in dien hertsje meh sjijne.’
Start ophalen oud papier
Om de kas te spekken start de vereniging met het maandelijks ophalen van oud papier. Daarvoor werd de kas gespekt door onder andere het organiseren van kienavonden, loterijen en fancy fairs.
Vastelaovendsleedsje: ‘Reube, Friet en Beer’ (B. Hoekstra, F. Fernhout, J. Holthuis en J. Schöpping)
Eerste regel van het refrein: ‘M’n ma die is vaan Lummel miene pa dee kump oet Hier’.
Drommedaris op wielen
De Drommedarisse presenteren hun zelfgemaakte Drommedaris op wielen: een markiezenwagen. Het eerste exemplaar uit de eigen Drommedarissenfabriek.
Pastor Mattie zorgt als Franciscaan natuurlijk voor de inzegening van het beest. Markies Hennie 2e en zijn vrouw zijn de eerste officiële passagiers in de optocht bij het uitroepen van de Markies.
Vastelaovendsleedsje: ‘Dao kump Maria’ (Dorrie en Leo Satijn)
Eerste regel van het refrein: ‘Jao, dao kump Maria met häöre wagel op ’t plein.’
Ander Vastelaovendsbeukske
Het Vastelaovendsbeukske van de Drommedarisse krijgt een nieuw jasje.
Vastelaovendsleedsje: ‘Noe geit ’t gebäöre!’ (Bert en Ursula Garnier)
Eerste regel van het refrein: ‘Want noe geit ’t gebäöre, iech zweer ’t geit miech aon m’n prij.’
1×11 jaar Drommedarisse bij Manus van Alles
Zondag 26 juni 2011 bij de 11e editie van het Manus van Alles festival is het de 11e keer dat een team van de Drommedarisse als vrijwilligers het Manus van Alles festival ondersteunt bij opbouw en afbouw, buffetten en kassa’s.
Vastelaovendsleedsje: ‘De leefs mer eine kier!’ (Bert en Ursula Garnier)
Eerste regel van het refrein: ‘Goej uuch mer de door, en loer neet op ’n oor want de leefs mer eine kier!’
Prijzen voor mooist versierde huizen
Drommedarisse starten met het uitreiken van prijzen aan drie bewoners die hun huis het mooist versierd hebben.
Vastelaovendsleedsje: ‘Vendaog höb iech geine tied’ (Noël Fabry en Raymond De Pauw)
Eerste regel van het refrein: ‘Vendaog höb ich geinen tied um te pótse, um te koke, veur de striek.’
Einde traditie Fruitsjeutelkes
Jarenlang bezocht de vereniging in januari zieken uit de buurt om hen persoonlijk een kleine attentie aan te bieden: een fruitschoteltje. In 2013 kwam aan deze traditie een einde. Wegens de privacywetgeving waren er geen namen en adressen meer beschikbaar.
Vastelaovendsleedsje: ‘Eindelek’ (Bert en Ursela)
Eerste regel van het refrein: ‘Eindelek, bin iech! Wat iech altied höb wèlle zien.’
44e Markies van De Drommedarisse: Markies Edmond 1e
Voor ons is het een bijzonder jaar omdat de Drommedarisse namelijk 44 jaar bestaan en dit zullen we vieren met tal van nieuwe tradities. We starten namelijk met een seniorenmiddag en een optocht door het Drommedarisse rijkdom.
Vastelaovendsleedsje: ‘Gekleurd op stap’ (Léon Aarts)
Eerste regel van het refrein: ‘Roed….. geel en greun.’
Een geslaagd seizoen van de Drommedarisse
Dit jaar was het een geslaagd seizoen en met de tweede seniorenzitting kon het ook niet meer stuk voor ons. Ook hebben wij een tal van nieuwe leden erbij gekregen.
Vastelaovendsleedsje: ‘Wee bringk nog ’n weurs nao Klara’ (Jack Debruijn)
Eerste regel van het refrein: ‘Eus pekskes die zien veerdig, de prins is al bekind’.